De Dodentocht 2026

Vorig jaar stond ik als vrijwilliger voor het Berrefonds op de Dodentocht. Ik bemande samen met de andere vrijwilligers de laatste bevoorradingspost zo'n 10 km voor de eindmeet. Ik was blij dat ik op deze manier ook een beetje kon bijdragen aan dit mooie initiatief. Vol bewondering keek ik naar alle stappers die passeerden maar besliste ik ook dat ik zelf nooit zou deelnemen, want het zag er zo enorm zwaar uit.
De volgende dag ging ik wandelen met mijn lieve vriendin Sofie, de mama van Linde*. Ze vertelde me dat ze zich ging inschrijven voor de Dodentocht ten voordelen van het Berrefonds voor Linde* haar vijfde verjaardag. Oorspronkelijk was het mijn plan om enkel met haar mee te trainen zodat ze dit niet alleen moest doen. Maar het wandelen deed veel deugd en ik vond het zo een mooi idee dat ik al snel gemotiveerd was om ook deel te nemen aan de Dodentocht. Samen met Astrid, de mama van Lott* begonnen we volop met trainen voor de 100 kilometer, voor onze drie kindjes die dit jaar 5 jaar zouden worden.

Na maandenlang trainen, was het eindelijk zo ver, vrijdag 14 augustus, de dag van de Dodentocht was aangebroken. Het plan was om overdag nog wat te dutten om de nacht goed door te komen, maar ik vond het allemaal zo spannend dat slapen niet meer lukte. We besloten op tijd naar Bornem te vertrekken zodat we goed vooraan konden starten. Omdat het nog steeds heel erg warm was, zochten we een plekje in de schaduw uit. Terwijl we op het grasveld zaten, probeerden we nog voldoende te eten en te drinken zodat we genoeg energie hadden om in de hitte te wandelen. Niet veel later konden we eindelijk klaar gaan staan. Er waren 13000 deelnemers, maar we stonden redelijk van voor. Slechts enkele minuten na het klinken van het startsignaal stapten we al over de startlijn. Ik zette nog snel mijn strava aan en vol spanning wandelden we met de menigte mee. Plots kreeg ik door dat mijn veter los was… Nog geen 200 meter ver en daar zat ik al naast de kant! Het was een grappig moment en al snel konden we onze tocht hervatten.

Zoals ik verwacht had, kreeg ik weer last van mijn linkerknie, maar ik wist dat het na 20 minuten - zodra we goed op tempo zijn - meestal wegtrok. Doordat we nu wat trager wandelden dan we gewend waren, bleef de pijn toch aanhouden. Ik begon me zorgen te maken en in combinatie met de warmte en weinig zuurstof begon ik al bang te worden dat het niet ging lukken. Maar na twee uur wandelen was er iets meer ruimte waardoor we makkelijker ons eigen tempo konden stappen en trok het gevoel gelukkig weg.

De nacht brak aan wat het - hoewel het nog steeds heel warm was - iets aangenamer maakte om te wandelen. Er was zoveel sfeer naast de weg en we kwamen op supermooie plaatsen. Ze hadden op voorhand gewaarschuwd dat het laatste stuk van de nacht mentaal zwaar zou kunnen zijn, maar ik vond het echt magisch! Tegen 6 uur 's ochtends was het eindelijk wat afgekoeld. Helaas had Sofie tijdens het wandelen last van haar maag. Ze had al uren niet veel binnengekregen waardoor ze niet veel kracht meer had. Aan de bevoorradingspost van het Berrefonds werd ze ziek. Haar man was onderweg met medicatie maar daar moest ze nog even op wachten. Omdat we al 3 kwartier stilzaten en het nog steeds niet beter met haar ging, maakten we de moeilijke beslissing om zonder haar verder te gaan.

Het was even een mentaal breekpunt. Astrid en ik stapten daarna in stilte verder. Intussen was Jens aangekomen om ons aan te moedigen. Dat bracht weer nieuwe positiviteit. Tegen de middag waren ook mijn ouders en mijn zus paraat. Tot 65 kilometer ging het wandelen heel goed en heb ik er echt volop van genoten. Vanaf dan begon het fysiek zwaarder te worden. De benen werden moe, door de warmte had ik opgezwollen voeten waardoor ik al van 30 km blaren had en daarbij het besef dat we nog ongeveer 8 uur onderweg zouden zijn hielp ook niet. Ik had nood om even goed door te stappen om zo snel mogelijk de volgende 10 kilometer achter de rug te hebben. Astrid bleef liever op haar tempo wandelen en dus gingen we elk onze eigen weg. Aan de bevoorradingsposten zag ik Astrid regelmatig weer terug. Vanaf de laatste post hebben we terug samen gewandeld. Sofie was intussen ongeveer drie kwartier achter ons, dus daar konden we helaas niet meer op wachten, dan zouden onze spieren te stram worden.

Het laatste stuk van 10 kilometer was loodzwaar, het leek eindeloos. Op het laatste kwam er nog een lang stuk in los zand. Onder de brandende zon marcheerden we op onze lege benen en met verdwaasde hoofden er door. Eindelijk kwamen we terug tussen de huizen en naderden we het centrum. En dan in de verte, die lang verwachte laatste stand van het Berrefonds, zo'n 2 km voor de eindmeet. Alle mensen aan wie je zoveel hebt gehad de voorbije 100 kilometer, maar ook de voorbije vijf jaar, stonden er in een soort van erehaag langs de baan. Ik had me onderweg al vaak ingebeeld hoe het zou zijn om daar toe te komen, steeds met tranen die over mijn wangen rolden. Maar toen ik er daadwerkelijk aankwam en ik de witte roos overhandigd kreeg, was is zo op, dat ik geen energie meer had om mijn emoties toe te laten. Ik heb mijn tranen ingehouden en ben gewoon doorgestapt. Ik wist dat ik anders compleet zou instorten en het dan heel moeilijk zou worden om nog dat laatste stukje verder te wandelen. Tot aan de finish werden we ontvangen als helden, langs beide kanten stonden de mensen luid te roepen.

En dan was daar eindelijk de finish. Ik kreeg een goodiebag in mijn handen geduwd en een medaille omgedaan. Ze gaven me ook een papier. Ik had geen idee wat ik ermee moest en vroeg wat dat was. "Dat is waarvoor je het allemaal gedaan hebt, het certificaat!" antwoordde de dame vol trots. Ik staarde verdwaasd naar het blad met mijn naam op en dacht bij mezelf "Jij hebt echt geen idee..."

Wij stappers van het Berrefonds wandelen deze tocht niet zoals de meeste deelnemers om te kunnen zeggen dat we de Dodentocht hebben gedaan, om dit te kunnen afvinken van een lijstje. Ik had zelf echt nul ambitie om de Dodentocht ooit te stappen. Wij deden dit voor onze kinderen. Om hun naam nog eens te kunnen laten schitteren. Om iets te kunnen doen om onze liefde voor hun te tonen. Om geld in te zamelen voor het Berrefonds, zodat andere gezinnen die moeten leven met dit immense verdriet ondersteund kunnen blijven worden. Want wat maakt het een groot verschil om zo goed omringd te zijn. Ook tijdens de Dodentocht voelde het als één grote warme familie. Alle stappers met het blauwe T-shirt, al die namen van kinderen die gemist worden, de talrijke vrijwilligers, en natuurlijk het vaste Berrefonds-team. Zonder deze mensen was het nooit gelukt. En ik zou oprecht niet weten hoe ik de afgelopen jaren had overleefd als ik het Berrefonds en de lotgenoten niet had.

Achteraf kreeg ik van veel mensen uit mijn omgeving te horen hoe indrukwekkend het is dat we de Dodentocht hebben uitgewandeld. Maar eerlijk, ik heb er - behalve omwille van de blessure - nooit aan getwijfeld dat we het gingen uitwandelen. Niet uitwandelen was gewoon geen optie. Mentaal sta je na het verlies van een kind zo enorm sterk. Je weet zo hard waarvoor je het doet.

Je wandelt in eerste plaats voor je eigen kind, en dat is helaas één van de weinige dingen die we nog echt voor hun kunnen doen, dus dan wil je daar in slagen, als eerbetoon aan hen. Maar je wandelt ook voor al die andere ouders die het moeilijk hebben. Elke keer als ik het zwaar kreeg, dacht ik terug aan wat we allemaal hebben moeten doorstaan en dan viel de pijn die ik tijdens de Dodentocht voelde in het niets. Elke stap van de 100 kilometer was makkelijker te zetten dan de onmenselijke stappen vanuit de ziekenhuiskamer naar de auto, weg van je kind.  Afzien kunnen we intussen als de beste, we doen al jaren niets anders. Ook op de dagen dat het moeilijk was en zelfs onmogelijk leek, bleven we doorgaan, omdat opgeven gewoon geen optie was. Die kracht neem je mee in zo een tocht. Wanneer het voelt alsof het niet meer lukt, blijf je gewoon gaan. En dan komt daarbij nog dat zoveel mensen je gesponsord hebben, waarvoor ik zo ontzettend dankbaar ben. Ook dat was voor mij nog een extra motivatie om het uit te wandelen.

Ik ben enorm trots op wat we gedaan hebben. En vooral trots op onze kindjes Lott*, Linde* en Guus*, want zij zijn onze grootste drijfveer.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.